Verhuur zonder contract

Een klant van De Raadgevers verhuurt boten, op goed vertrouwen en zonder schriftelijk contract. Twee boten zijn door de klant gedurende 6 weken verhuurd. De (2) huurders kwamen de boten ophalen met laadwagens met bedrijfslogo’s. Ook op hun visitekaartjes stonden de bedrijfsnamen. De boten worden weer teruggebracht en toegezegd wordt de huurpenningen over te maken. Dit gebeurt niet. Cliënt ging er van uit, dat de boten namens het bedrijf waren gehuurd en schreef het bedrijf een brief tot inning van de huurpenningen. Het bedrijf ontkent iets met deze zaak te maken te hebben. Cliënt beroept zich op “de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid” en De Raadgevers schrijft zowel het bedrijf als de werknemers aan. Na veel gehakketak wordt de rekening voldaan.

Conclusie: zorg altijd voor een schriftelijk contract, hoe beperkt ook, laat opdrachtgevers hun identiteitskaart tonen en kopieer die. Ga (hoe omslachtig ook) zonodig na of de huurders bevoegd zijn namens hun bedrijf contracten te sluiten.