Leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt is sinds 1 mei 2004 verboden. Alleen als een leeftijdsgrens objectief is te rechtvaardigen, is onderscheid nog toegestaan.
Enige voorbeelden van de vele meldingen van leeftijdsdiscriminatie in arbeidszaken, die het Expertisecentrum Leeftijd en Maatschappij (voorheen: Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie) jaarlijks binnenkrijgt:
• Een medewerker mag niet deelnemen aan een bedrijfscursus, omdat hij over een jaar met pensioen gaat.
• In een personeelsadvertentie wordt gevraagd om iemand die niet jonger is dan 18 en niet ouder dan 25 jaar.
• Een 63-jarige, die geen loonsverhoging meer krijgt.
Oudere medewerkers, die zich gediscrimineerd voelen door hun leeftijd hebben nu slechts één mogelijkheid: naar de rechter stappen onder verwijzing naar artikel 1 van de Grondwet, dat elke vorm van discriminatie verbiedt. Deze stap komt in de praktijk niet veel voor. Op 1 mei 2004 is de Wet Gelijke Behandeling op basis van leeftijd bij de arbeid van kracht geworden. Het verbod op leeftijdsonderscheid (dat ook op jongeren van toepassing is) geldt zowel bij werving, selectie en aanstelling van personeel als voor arbeidsbemiddeling, arbeidsvoorwaarden, bevordering en ontslag. Tevens is de Wet van toepassing op beroepsonderwijs, beroepskeuze-voorlichting, loopbaanoriëntatie en lidmaatschap van werkgevers- of werknemersorganisaties of een vereniging van beroepsgenoten.
Alleen als een werkgever een leeftijdsgrens objectief kan rechtvaardigen, is leeftijdsonderscheid nog toegestaan. Werknemers, die zich benadeeld voelen door hun leeftijd kunnen kosteloos een klacht indienen bij de Commissie Gelijke Behandeling. Hoewel het commissieoordeel niet bindend is, wordt het in de praktijk veelal door werkgevers gevolgd. En mocht een werkgever het oordeel niet opvolgen, dan kan de klager altijd naar de rechter stappen.